dinsdag 2 juli 2013

You never walk alone


Ik heb een dwangneurose of dwangmatigheid of een tik. Hoe je het ook wilt noemen. Eerlijk gezegd heb ik er wel meer dan een. Maar ik weet zeker dat ik niet de enige ben.


Strepen tellen op de weg. Tegeltjes tellen op de badkamer. Stappen tellen als ik aan het wandelen ben. De omwentelingen tellen van mijn trappers als ik aan het fietsen ben. De CD's op alfabetische volgorde in de kast zetten, de boeken, de films. Mijn kleding op kleur in de kast. Wordt het al eng. Stoelen rechtzetten. Schilderijen recht hangen. Speelgoed van kinderen rechtzetten. De tijdschriften op tafel recht leggen. Moet ik nog even doorgaan. In de trein de waarschuwingen en informatie lezen en herlezen die overal aan de wanden hangen. Ik bedoel ik ben heel erg slecht in Frans en Duits. Maar deze twee zinnen staan gewoon in mijn geheugen gegrift:

Ne pas ouvrir avant l arrêt du train
Nicht öffnen bevor der zug hält

Ik weet ook nog wat het betekent. En iedere keer lees ik het weer opnieuw. Ik kan er een dag mee vullen met al mijn dwangneuroses. Maar ik weet gewoon zeker dat ik niet de enige ben. Je bent nooit de enige.

Behalve als het gaat om 1 tik die ik heb. Die is ook echt niet normaal. Dat weet ik. Maar vooruit. Laat ik er nu voor eens en altijd voor uitkomen.

Als ik over een deurmat loop dan hebben mijn voeten de dwangmatige neiging om zich te vegen. Niets geks aan zul je denken. Daar is immers een deurmat voor. Ware het niet dat ik dat ook doe als ik naar buiten loop. Inderdaad je leest het goed. Als ik naar buiten loop veeg ik eerst mijn voeten. Ik ben van nature proper aangelegd. Dat is zo. Maar dit is natuurlijk weinig nuttig. Waar zijn mijn voeten bang voor. Dat ik alle stof van binnen mee naar buiten neem. Dat ik het zand wat mijn kinderen van buiten mee naar binnen hebben genomen weer terugbreng naar waar het hoort. Ik weet het niet. Maar feit blijft dat ik mijn voeten veeg als ik over een deurmat loop. En het kan gewoon niet anders dan dat ik de enige ben in de hele wereld die dit doet. Dacht ik althans. Tot voor heel recent. Want er is minimaal nog een iemand, woonachtig in Berghem nota bene, die hetzelfde doet. Ik weet niet hoe ze heet. Ik weet ook niet meer precies waar ze woont (het is een zij, inderdaad) maar ze bestaat. Het was puur toeval dat ik haar tegen kwam en het zag gebeuren. Een gevalletje van op de juiste plek op de juiste tijd. Of voor haar dan niet eigenlijk.

Ik had de kinderen juist opgehaald van de kinderdagopvang en fietste met een slakkengangetje door een straat in de wijk toen ze naar buiten kwam lopen. Ze moest iets uit haar auto halen. En toen gebeurde het. In een split second. Maar meer was er niet nodig. Ze veegde haar voeten op de mat die buiten lag en liep toen verder. Ze keek mij aan. Ik keek haar aan. En ik zag gewoon dat zij zag dat ik het zag. Je kunt je voorstellen wat een opluchting dit bij mij veroorzaakte. Ik was niet meer de enige, ik was niet meer uniek. Zoiets schept ook meteen een band. Een onzichtbare dat wel. Want zij weet niet dat ik hetzelfde doe. Dat weet ik alleen. Maar ik weet het wel dat zij weet dat ik het weet dat zij het ook doet. En dat is een heel fijn gevoel. Te weten dat je er niet alleen voor staat. En denk je eens in wat het potentieel is. Als er in Berghem alleen al twee mensen zijn die het doen. Wat moet het aantal wereldwijd dan niet zijn. En zo zie je maar weer.

Je bent nooit de enige.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Bedankt voor je reactie.